06/10/2021  door Nathalie Willems

Never a dull moment

In de media werken is verslavend: neem het gerust aan van iemand die al 34 jaar in de sector werkt. Niks is plezanter dan ‘boekskes maken’ of voor mooie mediamerken werken, op welke manier dan ook. Het valt me telkens weer op als ik een ex-collega tegen het lijf loop die intussen elders werkt: hoe leuk die nieuwe job ook is, de nostalgie blijft!

Mijn eerste stappen in de media zette ik lang geleden bij het inmiddels ter ziele gegane magazine Elga. Als pas afgestudeerd groentje mocht ik als junior redactrice bij het eerste Vlaamse maandblad aan de slag. Mijn eerste opdrachten? Recepten en naai- en breipatronen uit het Frans vertalen. Ik had hier totaal geen verstand van, maar ik was gedreven en ontdekte graag nieuwe dingen. Een grappig gevolg is dat ik nog altijd beter in theorie kan koken dan in de praktijk.

Recepten en patronen dus, maar gaandeweg volgden meer redactionele opdrachten in de vorm van interviews, reisreportages en artikels over de meest uiteenlopende onderwerpen. Ik leerde de kneepjes van het vak en rolde een aantal jaren later in meer coördinerende functies: eerst redactie-coördinator bij Fit &Gezond – je hebt geen idee hoeveel flauwe grapjes ik over de naam van dat magazine heb gehoord – en daarna chef redactie bij Evita.

Maar na zo’n 15 jaar redactiewerk ging het kriebelen. Het was tijd om een ander aspect van bladen maken te gaan ontdekken. Ik verhuisde naar sQills, de toenmalige custom media afdeling, en begon magazines ‘op maat’ te maken voor klanten. Energiek van Electrabel, Zin in meer van P&G, Beauty & you van Ici Paris XL, om er maar een paar te noemen. Redactionele ervaring werd gekoppeld aan doorgedreven project management, een nieuwe wereld ging voor me open. En die wereld werd nog boeiender toen we van custom publishing naar content marketing evolueerden, en alle projecten crossmediaal werden. Spannende tijden waren dat!

Intussen begon native advertising aan zijn opmars en eiste deze vorm van reclame maken meer en meer zijn plaats op binnen de reclamewereld. Mijn nieuwsgierigheid was opnieuw geprikkeld: hoe kun je content van een adverteerder brengen op een manier die de lezer boeit? Hoe kun je branded content integreren in onze eigen merken? En hoe kun je onze communities activeren? Door deze vragen te stellen, begon ik een aantal jaren geleden alweer aan een nieuw hoofdstuk. Tot op de dag van vandaag bedenk ik samen met mijn fijne collega’s van Roularta Brand Studio crossmediale branded content voor onze adverteerders.

Het mooie is: in die 34 jaar heb ik me geen dag verveeld. Natuurlijk zijn er ups-and-downs. Memorabele momenten waar je met een glimlach aan terugdenkt, en slechte dagen die je liever snel vergeet. Hoe kan het ook anders? Maar saai? Dat is het nooit!

De media is een meeslepende wereld die de hele tijd evolueert, waarin je energie moet steken om bij te blijven. Maar als nieuwe dingen ontdekken en regelmatig uit je comfortzone komen in je DNA zit, dan is de magazinewereld een ideale werkplek. Je krijgt er kansen om je te ontwikkelen, en mogelijkheden om nieuwe paden te bewandelen. Zodat je kan bijleren en die ervaring weer kan meenemen naar je volgende job. In de media natuurlijk.

Rod Stewart zong het in 1972 al: Never a dull moment! Zin gekregen om de sprong te wagen? Neem dan zeker een kijkje op de nieuwe jobsite van Roularta.

 01/09/2021  door Nathalie Willems

De no-print strategie

“En? Wat valt je op bij Roularta?” Ik was net een weekje aan de slag bij de Regie in ons (intussen ex-) kantoor in Zellik, en werd bij CEO Xavier Bouckaert verwacht voor een kennismakingsgesprek. Toen hij me die vraag stelde, antwoordde ik spontaan: “De stapels papier!”

Zoals het rechtgeaarde magazinemakers betaamt, zijn wij Roulartianen allemaal verslingerd aan papier. Niets komt nog maar in de buurt van dat onbeschrijflijke gevoel dat enkel een gedrukt magazine je kan geven. Maar daar had ik het natuurlijk niet over. Ik had het over de mapjes en werkdocumenten die op de bureaus verspreid lagen. Die sprongen meteen in het oog, vooral omdat ik zelf zo goed als niets meer afprint.

Nu, dat was niet altijd zo, hoor! Jarenlang vond ik het nuttig – en zelfs noodzakelijk – om belangrijke documenten of informatie systematisch af te drukken. De muren achter mijn bureau,  de kastdeuren en zelfs de ramen waren behangen met backtimings, productieflows, dringende ‘to do’s’ en ‘do not forget’s’. Op mijn bureau lag steevast een hoopje mappen in verschillende kleuren, die allemaal een bepaalde betekenis hadden. De kleurencode ging van rood over oranje tot blauw: pas als je aan het blauwe mapje toekwam, wist je dat het project bijna was afgerond. Op de één of andere manier gaf die uitgeprinte informatie op ooghoogte me rust. Meer grip op de situatie. Het gevoel dat ik het project onder controle had.

Maar de tijdsgeest veranderde snel, en de technologie bood nieuwe mogelijkheden. Op een blauwe maandag werd de futureproof new way of work – ook wel bekend als NWOW- ingevoerd. Voor mensen zoals ik die al jaren op een bepaalde manier werkten, was dit een ingrijpende verandering. Dág vaste werkplek, vaste telefoonlijn en privé opbergkast! In ruil kregen we dynamische eilanden met flexplekken, waar iedereen mocht aanschuiven, en intieme hoekjes met gigantische oorfauteuils om dingen te bespreken die niet voor alle oren bestemd waren. Persoonlijke spullen gingen bij aankomst in een locker, en voor je werkdocumenten kreeg je exact een meter kastruimte. Eén meter! Uiteraard werd gelijk ook het aantal printers fors gereduceerd. Logisch: alle documenten en informatie hoorden vanaf nu op de server, in een virtuele mappenstructuur, dus waarom hadden we nog zoveel printers nodig?

Gelukkig is een mens flexibel, en na een aanpassingsperiode met vallen en opstaan, begon ik de voordelen van dat nieuwe werken écht wel in te zien. Een clean desk, zonder clutter die eigenlijk ook afleidt. Een lichtgewicht laptoptas, in plaats van een loodzware draagzak met mapjes en documenten, beter voor je rug.  Altijd de laatste, up-to-date informatie bij de hand: superhandig als je aan versie 7 van een planning zit. Maar het allermooiste vond ik dat we ons opeens heel erg bewust werden van ons printgedrag. Ons afvroegen of dat document printen nu écht wel nodig was. En dat leidde automatisch tot een drastische afname van het aantal printopdrachten.

Bij Roularta kreeg ik drie jaar geleden een vaste werkplek en een telefoontoestel, wat ik stiekem best wel leuk vond. Maar printen? Nee, dat had ik afgeleerd. Ik bleef een fervente aanhanger en promotor van de ‘no print-strategie’, tot groot jolijt van mijn nieuwe collega’s. Maar kijk, intussen heeft corona thuiswerk genormaliseerd en gaan we ook in het BMC naar het nieuwe werken, inclusief flexplekken. Misschien een uitgelezen kans om met z’n allen papier te sparen en minder te printen? Het échte printen, het drukken dus, dat laten we met plezier aan onze collega’s van de drukkerij over! Deal?

 08/03/2021  door Nathalie Willems

We lieten een stukje verleden achter, maar kijken vol spanning uit naar onze nieuwe werkplek. BMC, here we come!

Verhuizen. Een woord dat velen spontaan kippenvel bezorgt. Het doembeeld van opruimen en inpakken. Verhuizen mag dan wel klinken als iets heel praktisch, maar dat is het niet. Want bij een verhuizing kom je een stukje van je verleden tegen. Moet je beslissen welke herinneringen je meeneemt en welke nu definitief in de prullenbak mogen. En dat kan grappig, pijnlijk, emotioneel of net heel bevrijdend zijn…

Ik verhuisde zelf nog maar twee keer in mijn leven: van Limburg naar Brabant, en van Brabant naar Antwerpen. Best weinig, realiseer ik me, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de vele verhuizingen die ik professioneel meemaakte. Mijn eerste werkplek lag in hartje Brussel, wat ik als jong provinciaaltje wel héél erg spannend vond. Werken vlakbij de chique Avenue Louise was een belevenis, de eeuwige zoektocht naar een parkeerplaats nam ik er graag bij. Na een paar jaren werd die plek ingeruild voor een kantoor aan de rand van Brussel, waar vliegtuigen zo laag overvlogen dat je de ramen moest sluiten om te kunnen telefoneren. Lang geleden dus, toen ramen in kantoren nog open gingen! Vervolgens werd het bedrijf overgenomen en ging het richting Antwerpen, naar de beroemde Jan Blockxstraat waar onder andere Flair gehuisvest was. En zo verhuisde ik nog een keer of zes tussen Antwerpen, Diegem, Herent en Mechelen, om tenslotte bij Roularta te belanden. Eerst in Zellik, binnenkort dus in Evere.

Aan elke verhuizing ging opruimen vooraf. Nu zijn de meeste mensen die in de media werken notoire jagers en verzamelaars. Opruimen betekende dus jarenlang opgestapeld papier, tijdschriften, persmappen, knipsels en andere documentatie doorploegen en labelen met een ‘keep’ of ‘go’. Voor creatieve geesten die goed gedijen in een ‘désordre organisé’, was dit telkens een ware beproeving. Toch was dat opruimen ook best plezant: er werd behoorlijk wat afgelachen, herinneringen opgehaald en leuke anecdotes verteld. Daarna werd in stijl afscheid genomen van de oude werkplek met een afscheidsdrink. De niet meer zo frisse restjes kwamen ooit weken later boven op onze nieuwe werkplek. Omdat er geen vuilnisbakken meer voorhanden waren, hadden we die ook maar ingepakt en met de verhuizers meegegeven.

En dan word je op een mooie maandagochtend in Zellik verwacht voor een nieuwe opruimdag. Door corona hebben we al een jaar geen toegang meer tot onze vergaarde schatten, en – toegegeven – dat maakte het opruimen een pak makkelijker. Gedateerd, niet meer relevant, onbruikbaar, letterlijk en figuurlijk bestoft? Gezwind vlogen mappen met afgesloten projecten, oude tijdschriften en andere rommel de vuilnisbak in. Mamoune kon ons tempo bijna niet bijhouden, en tegen de middag was de klus geklaard. We lieten een stukje verleden achter, maar kijken vol spanning uit naar onze nieuwe werkplek. BMC, here we come!

 25/06/2020  door Nathalie Willems

‘Er ontbreekt iets belangrijks: de koffiepauze’

Misschien ligt het aan mijn Italiaanse roots of aan mijn jeugd in het verre Limburg, maar ik ben verzot op koffie. Meer nog: ik ben een coffee addict – there, I said it. Espresso, cappuccino, latte macchiato? Ik lust het, en graag! ’s Ochtends word ik het liefst wakker met het aroma van verse koffie in mijn neus en ben ik pas écht aanspreekbaar na mijn eerste kop koffie. Althans, dat beweert mijn wederhelft. En daarna heb ik nog een aantal cafeïneshots nodig om me vlotjes doorheen mijn werkdag te loodsen. Mijn motto? ‘Keep caffeinated and carry on’.

Toch wil ik koffie niet reduceren tot de brandstof die mijn motor doet draaien. Nee, koffie is veel meer dan dat. Koffie is krachtig, maar ook zachtmoedig en gezellig. Koffie nodigt uit voor een goede babbel, maar geeft het ook een extra dimensie. Iets wat reclamemakers al lang begrepen hebben. Merkwaardig toch hoe een eenvoudig kopje dampende koffie mensen samenbrengt, vertrouwen schept, dat moeilijke gesprek nét iets makkelijker maakt…

De afgelopen maanden heb ik de voordelen van thuiswerken ontdekt. Geen tijdverlies in de file, minder verplaatsingen, meer efficiëntie – om er maar een paar te noemen. Maar één ding mis ik enorm: de koffiepauzes met de collega’s. Geen enkele zoommeeting kan tippen aan die – al dan niet toevallige – ontmoetingen aan het koffieautomaat. Laat staan ze vervangen. Even samen koffie halen heeft namelijk een functie. Meerdere functies zelfs. Het biedt je de kans om je benen te strekken. Om even te ontspannen. Om sappige verhalen en nieuwtjes te delen. Maar ook: de kans om je collega’s écht te leren kennen. Om informeel iets uit te leggen of te nuanceren. Om te ontdekken waar iemand mee worstelt of mee bezig is. En vooral: het biedt je een uitgelezen kans om ideeën uit te wisselen. Want de koffiepauze is de perfecte voedingsbodem voor spontaneïteit en creativiteit. Het moment waarop zaadjes geplant worden. Het moment waarop je mekaar voedt met inzichten en ‘besmet’ met ideeën. Nieuwe, misschien gekke ideeën, waar je in je eentje nooit zou opkomen en die – wie weet – zouden kunnen leiden tot iets moois.

Het is precies zoals de Bulgaarse filosoof Ivan Krastev het afgelopen zomer zo mooi verwoordde in Knack: “Er ontbreekt iets belangrijks: de koffiepauze. De toevallige gesprekken. De intensiteit van intellectuele contacten is weg. Ideeën zijn als virussen die elkaar besmetten. Online krijg je geen infecties.” Tot binnenkort aan het koffieautomaat?

 25/06/2020  door Nathalie Willems

Maar mevrouw, wat weet ú nu van Instagram?

‘Lesgeven? Da’s niks voor mij, hoor’ beweerde ik als kersvers afgestudeerde met de grootste stelligheid. Ik vond namelijk dat het welletjes was geweest. Na 16 jaar op de schoolbanken nog eens 40 jaar vόόr de schoolbanken? Neen, dat vooruitzicht trok me helemaal niet aan. Ik was jong en had andere plannen, zoals ‘iets in de media’ doen.

Maar jaren gaan voorbij, meningen evolueren, inzichten veranderen. Bij mij was dat niet anders. En na meer dan 30 jaar in de media, leek het onderwijs opeens wél aantrekkelijk. Meer nog: relevant. Tot mijn eigen, stomme verbazing had ik ‘goesting’ om opgedane kennis te delen, ervaringen uit te wisselen, kritisch denken te stimuleren. En zo startte ik als deeltijds lesgever communicatiemanagement. Een heel fijne aanvulling op mijn huidige job als content strategist bij Roularta Brand Studio.

 

Is lesgeven nu anders dan vroeger? Absoluut! De klassieke lesmethode heeft – zeker in mijn geval – plaats gemaakt voor het meer interactieve coachen. Samen met collega’s begeleid ik studenten bij een aantal praktijkvakken waarvoor ze eerst theoretische kennis opgedaan hebben. Welke vakken dat precies zijn, verschilt van jaar tot jaar. Mijn studenten moesten dit jaar een gloednieuwe campagne uittekenen voor een fictieve opdrachtgever, de eerste stappen als freelancer n de communicatiewereld zetten én een nieuw product of dienst met dito salesplan bedenken voor een jonge doelgroep. Een boeiend en gevarieerd programma!

Het jaar kende een rustig begin en een bewogen einde. Fysieke lessen en samenkomsten werden geschrapt. Coachingmomenten, examens en evaluatiemomenten werden virtueel. Net zoals ‘zoomen’ bij Roularta, werd ‘joinen in MS Teams’ een vervoegbaar werkwoord voor lesgevers en studenten.  Het platform gaf zijn onvermoede features beetje bij beetje prijs en werd onze steun en toeverlaat.

 

Wat ik het leukst vind aan lesgeven? Zonder enige twijfel het contact met de studenten. Ik hou van hun verfrissende, soms aparte, altijd pragmatische kijk op het leven. Van hun twijfels en onzekerheden. Van hun zelfverzekerdheid en vastberadenheid. Ik hou ervan hun ideeën te challengen, hun keuzes in vraag te stellen. En de studenten zelf? Die houden me alert en bij de les. De groep die een nieuw product moest bedenken, gunde me een blik in hun leefwereld en bleek verrassend vindingrijk. Zo kwam een uitsluitend vrouwelijk team op het idee een trendy collectie juwelen te ontwerpen met een onzichtbaar, ingebouwd alarm, zodat jonge vrouwen (en mannen) zich ten allen tijde veiliger zouden voelen op straat, ook zonder hun smartphone. En bedacht een ander werkgroepje ‘Fixagram’, een fictieve app om je instagram account instant te ‘fixen’. Want dit social media kanaal bepaalt voor een groot stuk je identiteit, wie je bent en hoe je overkomt, en daar kan elke jongere wel wat hulp bij gebruiken, toch?

Eén ding weet ik wel zeker: de jonge generatie studenten is leergierig, kritisch ingesteld en zeker niet op hun mondje gevallen. ‘‘Maar mevrouw, wat weet ú nu van Instagram?” Waarschijnlijk nog lang niet genoeg, maar ik leer elke dag bij!

 13/01/2020  door Nathalie Willems

Werk zoeken is een beetje als zwanger zijn: je krijgt ongevraagd veel goedbedoeld advies, en je weet niet altijd wat je ermee moet aanvangen.

‘Sanoma schrapt 96 banen’ kopten de kranten begin 2018.  Voor de buitenwereld was dit misschien een fait divers – dagelijks gaat er wel ergens een bedrijf over kop of  verliezen mensen hun job – maar voor mezelf en 95 collega’s was het de harde realiteit.

 

Laten we eerlijk zijn, het was geen complete verrassing. Het bedrijf stond te koop en de anciens – waartoe ik behoorde – hadden inmiddels al een aantal herstructureringen met de vreemdste namen achter de rug. Maar laten we vooral eerlijk zijn: ontslagen worden doet wat met een mens.

 

Na de eerste schok en onder het motto ‘as one chapter closes, a new one begins’, nam mijn pragmatische en strijdlustige kant het vrij snel over.  Ervaring? Check! Vlot tweetalig? Check! Redactionele en commerciële background? Dubbelcheck! Leeftijd? Euh, een flukse 50+, niet meer piep dus, maar dat zou mijn motivatie ruimschoots goedmaken. Toch?

 

Aangemoedigd door familie en vrienden, begon mijn zoektocht naar werk langs mediabedrijven, agencies en scholen. De ervaringen waren op zijn zachtst uitgedrukt uiteenlopend. Ik vond het hilarisch, toen ik mezelf in drie catchy zinnen moest aanprijzen bij een hip bedrijf. Als was ik een wasproduct. Pijnlijk, toen ik in een bezemhok in een middelbare school tegen de klok IQ-testen moest afleggen en daarna de job niet kreeg. Onthutsend, toen ik niet voldeed aan het gezochte profiel dat eigenlijk op mijn lijf geschreven was. Vermoeiend, toen ik weer een vacature voor een junior digital native in mijn mailbox vond.

 

De achterban bleef erin geloven, tips spuien, motiveren, raad geven. Werk zoeken is een beetje als zwanger zijn: je krijgt ongevraagd veel goedbedoeld advies, en je weet niet altijd wat je ermee moet aanvangen.

 

Hoe vreemd ook, achteraf bekeken was het best nuttig bestede tijd. Maanden waarin ik mezelf in vraag stelde. Wat doe ik graag? Waar krijg ik energie van?  Waar kan ik mijn ei nog kwijt? Bij Sanoma had ik actief meegebouwd aan het native verhaal, volgens mij lag daar de toekomst – en ook de mijne.

 

En zo kwam ik op gesprek bij Roularta. In Zellik. In Roeselare. Native advertising stond ook bij Roularta hoog op de agenda. Ik bracht mijn ervaring met de vrouwenbladen, mijn drive én mijn leeftijd mee. Maar ook de goesting om bij te leren, nieuwe titels te leren kennen. Een match was in de maak, en als 50+ mocht ik aan de slag in Zellik. Ex-collega’s werden weer collega’s, nieuwe collega’s kwamen erbij. Ik was klaar voor een nieuw hoofdstuk!

 06/04/2020  door Nathalie Willems

Elk nadeel heb se voordeel

In deze onzekere tijden is alvast één ding duidelijk: het woord van het jaar 2020 is al bekend. Onwaarschijnlijk toch hoe een tot voor kort volslagen onbekend virus de wereld in sneltempo op zijn kop zet. Onze levens compleet overhoop haalt. Corona is nieuw, verrassend, beangstigend. Elke dag houdt een niet aflatende stroom van lifeblogs en grafieken ons op de hoogte van het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames, te betreuren overlijdens. In België en in het buitenland. We kijken en vergelijken, wikken en wegen. Intussen heb ik de nieuwsjunk in mezelf op een strikt informatiedieet gezet. Doseren is altijd al een kunst, maar in deze coronatijden een must.  

 

Blijf in uw kot. Onwillekeurig denk ik terug aan de verhalen van mijn grootouders. Over de Spaanse griep. De moeilijke oorlogsjaren. Rampen zijn nu eenmaal van alle tijden, en de enige relevante vraag die je je dan kan stellen is: hoe ga je ermee om? Filosofen hebben er al boeken over vol geschreven, maar uiteindelijk blijkt een stoïcijnse houding misschien nog het meest doeltreffend. Die stelt dat je je enkel moet richten op wat binnen je macht ligt, omdat je aan de rest toch niks kan veranderen. Een crisis of ramp is dus wat je er zelf van maakt. In coronatijden betekent dit: laat los wat je eigenlijk had willen doen, richt je op wat je wél kan doen. Kijk, daar heb ik wat aan, nu ik tot nader order ‘off duty’ thuiszit…

 

Blijf in uw kot, dus. In mijn geval met man en zoon van 14, die beiden – gelukkig maar – goed gedijen in onze verplichte quarantaine. We genieten nu noodgedwongen van de kleine dingen. Samen wakker worden en ontbijten – waar anders geen tijd voor is. Een blokje rond wandelen. Een spelletje badminton in ons stadstuintje (en maar hopen dat het pluimpje niet bij de buren terecht komt). Het is opvallend hoe we beter om ons heen kijken, meer horen, intenser voelen. Er zit letterlijk en figuurlijk minder ruis op dit quarantaine-leven. En dus vind ik opeens ook weer tijd om te lezen, wat piano te spelen, op te ruimen. En om na te denken. Over mijn en ons leven voor corona, en hoe het mogelijks zal zijn na corona. Wordt dit virus een gamechanger? Gaan dingen daadwerkelijk veranderen? Wordt het terug business as usual na de lockdown? Of is het überhaupt niet realistisch om te denken dat het business as usual wordt? 

 

Blijf in uw kot?  Voor mij mag het nog even duren. Maar liever niet te lang. Want ik popel toch ook weer om aan de slag te gaan, dat is nu eenmaal de aard van het beestje. En als dat stoïcijns zijn even niet lukt, denk ik aan voetballegende Johan Cruijff. Elk nadeel heb se voordeel, zei hij, en zo is het maar net!

 

Hang in there allemaal, en stay safe!