Brussel

Bruno Bonte, Sales Rekruteringscommunicatie

04/04/2022

Ik wandelde vorig weekend nog eens door de straten van mijn geliefde stad Brussel. Vijf jaar geleden maakte ik de oversteek van Brussel naar Moorsele om er samen met mijn vriendin mijn leven verder te zetten. Ondanks het feit dat ik daar graag woon, mis ik Brussel.
Het is de meest diverse stad ter wereld, na Dubai. Ik hou van de ongedwongen sfeer, van de mentaliteit, van de diversiteit, van de verschillende talen die je te horen krijgt op de metro, in de tram, op straat en van alles wat de stad te bieden heeft.
Als ik naar Brussel ga, doe ik dat altijd met de trein tot aan het Zuidstation.
Zo wandel ik van het Zuidstation naar Sint-Gillis, waar ik dan mijn eerste koffie drink op het terras van de volkse ‘Brasserie Verschueren’. Wat verderop heb je het gezellige café van Union Saint Gilloise. Het verhaal van USG is zo mooi. Begin van de vorige eeuw was het de meest succesvolle ploeg van het land, met liefst 11 titels. Om na de jaren 1960 te verdwijnen in de vergetelheid van het Belgische voetbal.
Vorig jaar promoveerde het eindelijk weer naar eerste klasse (ik snap nog steeds niet waarom het nu 1A en 1B heet). Nu staat USG bovenaan en mag het straks mee mag spelen voor de titel. Stel je voor, Union kampioen. De supporters zijn niets veranderd: nog steeds volks, gezellig, vriendelijk en even enthousiast als vroeger.
Na Sint-Gillis wandel ik naar de Naamsepoort om er me te laten onderdompelen in de Afrikaanse wijk Matonge. Matonge is de naam van een wijk in Kinshasa. Het is voor mij telkens thuiskomen. Zelf ben ik in Zaïre geboren en heb er bijna 12 jaar gewoond. Ondertussen is Zaïre Congo geworden. 35 jaar na ons vertrek in 1978, ben ik nog eens naar mijn geboortestad gereisd. Zo bezocht ik het huis waar we opgegroeid zijn, de school waar ik mijn lager onderwijs heb gevolgd, de school waar mijn vader lesgaf, de voetbalvelden waar ik de passie voor het voetbal heb gekregen, het openluchtzwembad waar we elke zondag naartoe gingen om dan over de middag met vrienden te barbecueën. Het was een blij weerzien met mijn wonderlijke kindertijd.
In Matonge stap ik dan een Congolees restaurant binnen om er een uitstekede moambe te eten. Het is een typisch Congolees gerecht gemaakt op basis van rijst, kip, saka saka, geroosterde banaan en palmoliesaus.
Na deze heerlijke maaltijd, wandel ik via de Elsenesteenweg door naar Flagey, om er nog een koffie te drinken op het terras van ‘Café Belga’. Flagey is de laatste jaren uitgegroeid tot een gezellig ontmoetingspunt voor heel wat Brusselaars, voor kinderen, voor families…
Ik neem dan de tram naar Mérode om daarna door het Jubelpark te wandelen. Er wordt gedanst, gelopen, gewandeld, gepraat met een goed glas of tijdens een aangename picknick. Het Jubelpark is het toneel van de jaarlijkse 20 km van Brussel met 40.000 deelnemers.
Met de metro verplaats ik me naar het Sint-Katelijneplein en de Vismarkt. Van de Vismarkt blijven er alleen nog maar enkele visrestaurants over. Tijdens eindejaar is er hier Winterpret, tijdens de zomer is het plein bedekt met tal van terrasjes.
Voor ik opnieuw de trein huiswaarts neem, nog even door Molenbeek wandelen. Weinig mensen durven de oversteek te maken. Ik vind het een heerlijke, warme plek. Ik voel me er altijd welkom. De dag sluit ik af met een lekkere muntthee. Het Zuidstation wacht. Op 1 dag heb ik een groot deel van de wereld gezien en geproefd. Waar kan je dat beter dan in Brussel?

terug naar overzicht
Lees de vorige blogs van Bruno Bonte