We vonden het gek en we namen foto’s van mekaar. Dat moest het thuisfront zien, vonden we. Wij – mijn vrouw en ik – met mondmasker. We vonden dat ze overdreven en dachten dat het wel iets typisch voor Aziaten was. We hadden er zelfs weinig begrip voor en zodra de gids ons bij het hotel uitzwaaide, ging het mondmasker in de rugzak. Dat was halfweg februari in Hanoi in Vietnam. Twee weken later in Ho Che Min-stad (Saigon) waren we al blij dat we overal – in elk restaurant, in de auto, in de hotellift – onze handen konden wassen met ontsmettingsalcohol en we prijsden ons gelukkig dat we vlot onze terugvlucht haalden. 

Amper twee weken daarna ging ons land op slot, sloegen mensen bij ons aan het hamsteren en werd er in plaats van gelachen met gebedeld om mondmaskers en ontsmettingsmiddelen. Wie van thuis uit kon werken, moest dat ineens. Zo snel is het gegaan. 

Thuiswerk, hoera?

Een probleem zou dat niet worden, dachten we, dat thuiswerk. Geen over en weer gerij meer, maar van de ontbijttafel per direct naar het bureau, waar we doorgaans helemaal in ons sas zijn. Pauzes konden we meteen delen met de vrouw voor zij voor haar late dienst naar het werk vertrok.

Maar zo liep het niet. Het overleg met de collega’s, het brainstormen dat anders vanzelf en spontaan gebeurde aan de grote redactietafel, het figuurlijke maar vooral ook het letterlijke gepingpong: het bestond allemaal ineens niet meer.

In een andere plooi

Intussen zijn we aan het eind van de tweede week van dat thuiswerken en is alles zo min of meer in een plooi gevallen. Andere plooien dan weleer – vergaderen heet nu vooral zoomen – maar toch maar in de plooi. En het lijkt nu nog meer een wonder van techniek dat al die inspanningen van een over heel West-Vlaanderen en Gent ‘verstrooid team’ zich vertalen in een papieren krant. Een andere krant ook dan voorheen, maar een die zo te zien bijzonder gewaardeerd wordt door meer lezers dan ooit.

Dat doet deugd en dat is ook nodig. Want elke dag opnieuw blijkt hoe venijnig en vals dat virus zijn strijd voert. We houden ons koest want we zijn er niet gerust in, nu het almaar duidelijker wordt dat we tot een risicogroep behoren.

Bondy Beach

We ontdekken alle mogelijkheden van ons gsm en skypen en facetimen dat het een lust is.  Met onze dochter en haar man die niet zonder trots een filmpje doorsturen van de kleine Georges die zijn eerste stappen zet. We kijken niet een keer, maar wel tien, twintig keer naar het filmpje. De kleinzoon weet intussen hoe het zit met die schermpjes en zwaait duchtig mee als we het skypen afsluiten. 
Onze zoon blijft in Australië. Noodgedwongen. Toen wij hier al een week op slot zaten, stuurde hij een foto van Bondy Beach waar de mensen haast rug tegen rug aan het zonnebaden waren. Hij vreest dat de gevolgen niet zullen uitblijven. Het populaire strand is sinds vorig weekend gesloten en het ziekenhuis waar hij werkt, bereidt zich volop voor. Van de week, liet hij weten, was er een overleg met verloskundigen en gynaecologen over de hele wereld over de gevolgen van covid-19 voor vrouwen die moeten bevallen. Een unieke vdieoconferentie, zei hij, waar onder meer Milanese artsen getuigden. We manen hem aan voorzichtig te zijn . Er is voldoende beschermingsmateriaal, zegt hij. Maar misschien wil hij ons alleen geruststellen. De kans dat we hem van de zomer terugzien, is klein.
Vreemd hoe van het ene ogenblik op het andere de wereld ineens heel klein lijkt en een half uur later ontoegankelijk groot. Als bijvoorbeeld blijft dat de inkt van de printer is opgebruikt en de gebruikelijke winkel op slot is. En nu? Lokaal kopen lukt niet meer, online dan maar? Het is anders, maar dat was het altijd al. Elke dag is een andere dag, beseffen we nu.